Begunje

Viva Limburgia!

In de vorige eeuw vestigden zich mensen uit allerlei landen in Limburg om er te komen werken in de mijnen. L1 Radio presenteerde in juni 2007 de vijfdelige serie Viva Limburgia! - over Limburgse immigranten en hun muziek. Deze muziek is nu op cd gezet. De cd werd mogelijk gemaakt met steun van de Stichting Omroep Limburg.

De radioprogramma's Viva Limburgia - vijf maal een uur lang interviews, reportages en muziek in het L1 Cultuurcafé - zijn verderop op deze pagina te beluisteren. Presentatie: Hans Op de Coul en Emil Szarkowicz. Uitzendingen zijn onderaan deze pagina te beluisteren. Klik daarvoor op het luidsprekertje bij de betreffende teksten.

De bijzondere muziek-cd bestellen kan hier >>>

VIVA LIMBURGIA!: dit is ook Limburgs

Viva Limburgia

Het is in de afgelopen jaren vaker gezegd: Limburg is niet alleen de provincie van Geert Wilders, het is ook de plek waar in de twintigste eeuw het grootste integratieproject van Nederland ooit heeft plaatsgevonden.

Tienduizenden buitenlanders hebben zich in de eeuw van de mijnindustrie in Limburg gevestigd, en hun kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen leven er nog steeds. Vooral in de vroegere mijnstreken kijkt niemand op van een vreemde achternaam. Hoogstens levert de uitspraak problemen op, maar de families hebben leren leveren met een verbastering van hun naam. De voertaal binnen het merendeel van deze migrantenfamilies is het Limburgs. Limburg bewijst dat integratie ook een succesverhaal kan zijn.

In de zomer van 2007 bracht de redactie van het L1 Cultuurcafé de serie "Viva Limburgia", vijf live-documentaires over de muziek van Limburgse migranten. De muzikale hoogtepunten uit de serie staan nu op de cd Viva Limburgia!, muzikale exotica uit Limburg. De presentatie vindt plaats op zondag 28 oktober 2007 tijdens een Limburgs Roots-feest vanaf 14 uur in het Patronaat in Heerlen. De cd kan besteld worden via de L1-shop op www.L1shop.nl >>

De Poolse Limburgers zijn ruim vertegenwoordigd op de cd. De gezelschappen Syrena (Brunssum) en Kapela Banachi (Heerlen) zijn er trots op dat ze regelmatig in het moederland worden uitgenodigd, waar volksmuziek na een periode van verwaarlozing na het communisme, steeds populairder wordt.

De Sardijnse cercolo's in Limburg zijn de plekken waar nog steeds Sardijnse en Italiaanse volksmuziek ten gehore wordt gebracht. Traditionele instrumenten worden hier niet meer bespeeld maar Limburgse Italianen met accordeon of mandoline zijn er nog genoeg, zo blijkt uit de opnames die L1 maakte.

De Limburgse Slovenen zagen hun eigen volksmuziek in de afgelopen eeuw steeds populairder worden: Oberkrainer blaasmuziek leidt regelmatig tot toppers in de Limburgstalige muziekwereld. Jonge Limburgse bespelers van de Wieneraccordeon hebben vooral in de Alpenlanden en Duitsland groot succes.

Het Schalmeikorps Glück Auf uit Nieuw Einde (Heerlerheide) is een geval apart. Opgericht in de jaren dertig door socialistische mijnwerkers die vooral afkomstig waren uit het Noordoosten van Nederland, bestaat het gezelschap nog steeds. Het is een uniek korps, dat als enige in Nederland de schalmei gebruikt, een blaasinstrument met traditie in de Duitse sociaal-democratische beweging. Het korps treedt regelmatig op bij manifestaties van oud-mijnwerkers overal in Europa. In 2008 organiseren ze zelf zo'n Europese 'Knappentag' in Heerlen.

Sinti en Roma zijn natuurlijk al eeuwen te vinden in Limburg. Opvallend op de cd: jonge Sinti die pianospelen en niet kiezen voor traditionele muziek, maar voor Elvis Presley.

Rap en raï komen van Marokkaanse jongeren uit Sittard en Maastricht, en een jonge Iraanse vluchteling zingt teksten van een middeleeuwse Perzische dichter.

De cd wordt afgesloten met een jamsessie van Limburgse migranten uit de zigeunerwereld en uit Noord-Afrika.

Deze cd werd mogelijk gemaakt met steun van de Stichting Omroep Limburg.

Aflevering 5: jongeren

In de laatste aflevering van de serie Viva Limburgia over de muziek van Limburgse immigranten zijn vandaag de jongeren aan de beurt. Natuurlijk worden Marokkaanse jongeren niet op de eerste plaats door hun verblijf in Limburg bepaald.

Maar hun huidige leefomgeving speelt wel mee in hun muziekkeuze. De raiband Fasyal treedt op in het cultuurcafé, De Loco motive collective bestaat uit Limburgse en Iraanse jongeren, H Flava & Da Silva is een Sittards Marokkaans/Angolees rappersduo, en uit de zigeunerwereld komt een duo (piano en zang) van twee 15-jarigen.

Aflevering 4: Muzikale mijnresten

Schalmeienkorps Glück Auf Heerlen

Na drie uitzendingen over de muziek van Limburgse immigranten uit Polen, Italië en Slovenië gaan we verder met twee uitzendingen die niet aan een nationaliteit zijn gebonden.

De Wiener harmonika is een instrument dat Limburg binnenkwam door de mijnwerkers en hun gezinnen uit Oostenrijk, Tsjechië en Slovenië. Het was het feestinstrument bij uitstek, en in de hoogtijdagen van de mijnen waren er vele Wienerclubs die elkaar bestreden tijdens de z.g. Wiener-Treffen. Ruud Appelhof is pas 21, maar hij draait al mee in twee finales van Oostenrijkse harmonikawedstrijden.

En we hebben het grootste levende mijnmonument van nu in de studio: het schalmeienkorps Glück Auf uit de wijk Nieuw-Einde in Heerlen (zie foto). De schalmei was in Duitsland het instrument van de socialistische arbeidersbeweging en werd in 1933 dan ook door Hitler verboden. Een aantal socialistische mijnwerkers uit Nieuw-Einde kocht in dat jaar de instrumenten van een Akense vereniging. Anno 2007 zijn ze niet meer socialistisch, maar het in Nederland unieke schalmeienkorps is nog steeds zeer actief.

Aflevering 3: de Slovenen

Begunje

De cultuur van de Sloveense Limburgers is zo in die van Limburg geintegreerd dat de meeste Limburgers niet eens weten dat ze naar Sloveense muziek luisteren, bijvoorbeeld bij meezingers als "Sjeng aon de geng".

Oberkraïnermuziek is al in de jaren twintig meegenomen door mijnwerkers uit Slovenië. De oudste Sloveense succesnummers worden nog gespeeld door de blaaskapel Begunje (zie foto).
Verder: vier oudere Slovenen uit de Hopel die zingen met de tambourica, een traditioneel snaarinstrument. En een echtpaar dat Sloveense liederen zingt. En natuurlijk de gesprekken over toen, over het Sloveense verleden en het heden als Limburger en, tegelijk, Sloveen.

Aflevering 2: de Italianen

Launeddas

Bekend en onbekend tegelijk: ouderen herinneren zich de Italiaanse terazzowerkers, iedereen kent Italiaans ijs en pizza. Onbekender is het gegeven dat een groot deel van de Italiaanse Limburgers oorspronkelijk van het eiland Sardinië komt.

Er zijn nog verschillende Sardijnse clubs waar feesten worden gehouden met veel volksmuziek. Er komt iemand met het oudste nog bestaande muziekinstrument: de launeddas (zie foto).
Verder zal Vincenzo Enzo uit Heerlen zichzelf begeleiden op de mandoline. Ex-mijnwerker, restauranthouder en musicus Angelo Bombrini vertelt zijn levensverhaal. De Sittardse Sardijn Davide Manau brengt met zijn accordeon Italiaanse dansmuziek.

Aflevering 1: de Polen

Syrena

In de Limburgse cultuurwereld zitten ze vaak verstopt achter de Nederlandse achternamen van hun ouders: de mensen met Poolse roots: van ex-rijksbouwmeester Jo Coenen tot de zusjes Pussycat.

Velen blijven hun contacten met het oude moederland onderhouden. De Brunssumse dans- en zanggroep Syrena (zie foto) treedt geregeld op in Polen omdat ze de traditionele muziek beter bewaard heeft dan de Polen zelf.
En de Heerlense familie Banach is gespecialiseerd in de volksmuziek van het bergachtige Zuid-Polen. Het verhaal van de Polen in Limburg wordt verteld door Hans Kuszek uit Thorn, in het dagelijks leven inspecteur bij het beroepsonderwijs.

L1nws