L1 legt publieke verantwoording af
L1 wil zijn taak vooral invullen vanuit het perspectief van de burger. Waar is de kijker/luisteraar in geïnteresseerd, waarbij voelt hij/zij zich betrokken, welke informatie is belangrijk om goed te kunnen functioneren in en deel te nemen aan de hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen?
De relatie van een regionaal station met de burger is belangrijk. Voorkomen moet worden dat een publieke omroep het wensenlijstje van (overheids)instanties moet uitwerken, zonder dat het publiek daarop zit te wachten.
De begroting van L1 bestaat voor 60 procent uit overheidsgeld. Alle reden dus om als omroep publieke verantwoording af te leggen over het handelen van de omroep en de beweegredenen. Uiteraard staat de omroep open voor reacties van het publiek. Wilt u reageren op de Publieke Verantwoording, mail de hoofdredacteur >>
L1 boekt positief resultaat over 2008
L1 heeft over 2008 een winst voor belastingen geboekt van 321.000 euro. Dat is te lezen in het openbare jaarverslag.
De winst is behaald, ondanks druk op reclame-inkomsten met name in de tweede helft van afgelopen jaar. De vorig jaar doorgevoerde reorganisatie heeft daarmee haar vruchten afgeworpen. De totale reclame-omzet in 2008 bedroeg 4.077.557 euro. De winst wordt toegevoegd aan de reserves.
L1 verwacht dat 2009 financieel geen gemakkelijk jaar wordt. Algemeen directeur Rob Stevens: "De beschikbare advertentiebudgetten staan onder druk, zowel landelijk als regionaal. Ook L1 wordt sinds 2007 geconfronteerd met teruglopende reclame-inkomsten, vooral bij regionale televisie. Naar verwachting zal de druk op reclame-inkomsten dit jaar blijven bestaan als gevolg van de verslechterde economie. Deze treft ook branches met belangrijke adverteerders van L1. Wij spelen op de situatie in door onze kosten verder omlaag te brengen."
Het volledige jaarverslag van L1 is te vinden op www.L1.nl/jaarverslag
Jaarverslag 2007 openbaar gemaakt
Het jaarverslag 2007 van Omroepbedrijven L1 is openbaar gemaakt. Het publiceren daarvan is een van de manieren waarop L1 verantwoording aflegt over het inzetten van overheidsmiddelen, nog steeds het grootste deel van ded inkomsten van de omroep.
Door de teruglopende regionale reclame-inkomsten heeft L1 in 2007 voor het eerst in zijn geschiedenis verlies geleden. Dat is al enkele maanden voor publicatie van het jaarverslag bekend gemaakt.
Het gecombineerde resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening kwam in het verslagjaar uit op 941.471 euro negatief (inclusief een reorganisatievoorziening van 750.000 euro) ten opzichte van 42.659 euro positief in 2006.
Vanwege die tegenvallende inkomsten, die gedurende het jaar zichtbaar werden, is in de tweede helft van 2007 voor alle bedrijfsonderdelen
van L1 een vacaturestop ingevoerd en zijn investeringen waar mogelijk uitgesteld.
Meer dan ooit heeft L1 in 2007 gemerkt dat de mediawereld snel verandert, ook in Limburg. Consumenten gebruiken veel meer het internet om snel op de hoogte te zijn van het nieuws en de achtergronden. De vernieuwde L1-website trok 58% meer bezoekers (december 2007: gemiddeld 21.390 unieke bezoekers per dag, december 2006: 13.508).
December was geen uitzondering, ook het jaargemiddelde ging fors omhoog.Vanwege de spectaculaire groei van L1 Internet is in 2007 extra capaciteit gerealiseerd om nog meer Limburgers via de digitale snelweg dagelijks op de hoogte te brengen van het reilen en zeilen in de provincie.
Printversie volledige jaarverslag >>>
Hoe gaan we om met beelden van kijkers?
Hulpdiensten woedend op L1. Dat staat vandaag op de voorpagina van de Limburgse kranten en gisteren op de voorpagina van De Telegraaf. Aanleiding is het programma Ik op TV, dat een aantal regionale omroepen vanaf september gaat uitzenden. In dat programma worden filmpjes uitgezonden die kijkers zelf hebben gemaakt.
Is de ophef terecht? Ja en nee. Om te beginnen moet er nog een definitief voorstel van L1 naar de zendmachtiginghouder Stichting Omroep Limburg, die op 20 augustus beslist of L1 mee gaat doen aan het gezamenlijk project van de regionale omroepen. Ten tweede: het wordt geen programma met alleen maar filmpjes over ongelukkken. Kan ook gaan om het leukste huisdier of een filmpje over een jubileum van je eigen vereniging. Maar altijd door de mensen zelf gemaakt. Daar is helemaal niks mis mee. De ophef is - in die zin- onterecht.
Maar er past een nuance. Ik sprak vanmorgen met Wim Velings, korpschef van de politie Limburg-Zuid. En die stelt dat de politie nu al heel veel last heeft van mensen die met hun telefoon ongelukken filmen, inclusief de doden. Als L1 een programma zou gaan maken met kijkers-filmpjes, dan stimuleer je dat mensen proberen zo spectaculair mogelijke filmpjes te maken, zo stelt de korpschef. En daar heeft ie een punt mee. Want welke Limburger wil niet op L1? L1 staat nu eenmaal heel dicht bij de Limburgers, L1 raakt de mensen.
Maar daar moet je dan wel meteen bij zeggen: dat L1 nooit en te nimmer filmpjes van kijkers zal uitzenden dat niet aan onze eigen ethische normen voldoen?
Ik ben zeker niet principieel tegen het uitzenden van filmpjes gemaakt door kijkers? En daar is niemand principieel tegen in journalistiek Nederland. Gisteravond nog: overal te zien, het filmpje in De Efteling met problemen in de achtbaan - door een "amateur-journalist" gemaakt en door professionele zenders uitgezonden.
En neem de foto een paar jaar geleden van de vers vermoorde Theo van Gogh - met het mes nog in zijn ribbenkast. Een schokkende foto. Maar door alle kranten gepubliceerd en die foto was gemaakt door een voorbijganger met een telefoon. Kranten die nu ethische oordelen gaan vellen, hebben flink pak boter ophet hoofd.
Leo Hauben, hoofdredacteur L1, 2 augustus 2007
L1 TV: minder herhalingen, best goed idee
Elk nadeel heb zijn voordeel, zei Johan Cruyff ooit. Dat geldt ook voor de publiciteit rond L1, die in de krant en op de website is ontstaan. Reacties van kijkers en luisteraars zijn van groot belang. Het is onze maatschappelijke thermometer. En die is nu weer eens geactiveerd. Omdat L1 voor een deel met overheidsgeld wordt betaald, is het niet meer dan logisch dat de omroep in het openbaar zijn opinie geeft.
Iedere provincie heeft de ‘zorgplicht’ om een publieke regionale omroep te financieren. Dat is in de wet geregeld. Omdat steeds meer media verdwijnen of fuseren – Limburg heeft nog maar één krant – is de noodzaak om publieke omroep mogelijk te maken alleen maar groter geworden. Anders zou de onafhankelijke berichtgeving in ons land nog schraler worden. Pluriformiteit is volgens mij in het belang van de burgers. Publieke omroepen maken ook veel programma’s omdat ze belangrijk zijn.
In tegenstelling tot commerciële omroepen, die (economisch terecht) winst als uitgangspunt nemen. Wie winst wil maken zal bijvoorbeeld geen politieke debatten, dure culturele documentaires of klassieke muziek uitzenden. Toch doet L1 dat ook, typisch een publieke taak. Tegelijkertijd hebben we voor andere programma’s, zoals L1 NWS en vastelaovend, juist als doelstelling zoveel mogelijk mensen te bereiken. Dat moet ook, anders zouden we terecht de kritiek krijgen dat het overheidsgeld alleen maar wordt besteed aan programma’s voor kleine doelgroepen. Door het tegenvallende najaar is ons gemiddeld dagbereik vorig jaar uitgekomen op 32 procent. Terwijl ons streefcijfer 33 procent is. Moraal van het verhaal: Limburg kijkt nog steeds massaal naar L1, maar de groei is er even uit. Voor de Redactieraad aanleiding om eens met de hele ploeg te brainstormen. Want achterover leunen mag je nooit, dat besef leeft zeer binnen onze redactie. Arrogantie hoort een redactie vreemd te zijn.
L1 Radio, dat ook met steeds meer concurrentie heeft te maken, handhaaft zijn marktaandeel prima, 15 procent volgens de laatste meting. En L1-internet groeit als kool, tot 24.000 unieke bezoeken per dag op dit moment. Als publieke omroep bereiken we via de drie media dus een enorm groot deel van het Limburgse publiek. Daarvoor ontvangen we omgerekend 40 cent overheidsgeld per gezin per week. Ik vind dat we veel waar voor dat geld leveren.
Een klacht van kijkers is het aantal herhalingen op L1 TV. Dat horen we al wat langer. Uit onze Nota Programmabeleid, die in december 2005 werd vastgesteld: "De kijkers hebben een steeds hogere verwachting van hun regionale tv-zender. In de beginjaren werden de vele herhalingen op tv als ‘handig’ beschouwd. Je kon kijken wanneer je wilde. De laatste tijd hoor je steeds vaker de klacht dat er zo veel herhalingen op tv zijn. Het sterke punt wordt kennelijk een zwak(ker) punt. Daar moeten we oog voor hebben."
Signaleren is één, handelen is twee. Ik vind dat we op dit punt tot actie moeten overgaan. Dat klinkt overigens simpeler dan het is. Kwestie van geld namelijk. Een interessante ontwikkeling is dat de regionale publieke omroepen praten over intensievere samenwerking, waarbij ook producent Endemol mogelijk een rol gaat spelen. Komende weken moet daarover meer duidelijk ontstaan.
Meer dialect op L1 TV. Ook dat is een regelmatig terugkerend punt. De afgelopen jaren is bij ons uitgebreid discussie gevoerd over dit onderwerp, ook binnen de Stichtingsraad. Een van de redenen om de grote tv-serie De Hemelpaort te maken is juist dat we dialect willen stimuleren. In de serie is gekozen voor wel tien verschillende dialecten. Ik krijg regelmatig mailtjes van kijkers die om ondertiteling vragen, omdat ze moeite hebben met sommige dialecten. Om maar aan te geven dat het een lastig onderwerp is. Dialect kleurt ons bedrijf. Als het om dialect gaat wil L1 daarom een afspiegeling van de 'Limburgse straat' zijn: een natuurlijke mix van dialect en Nederlands. Op L1 Radio slagen we daar heel goed, op L1 TV zou het naar mjin mening wel een scheutje meer kunnen.
Ik vergelijk het wel eens met het provinciebestuur. Gedeputeerden en Provinciale Statenleden antwoorden nooit in dialect als ze voor het L1 NWS worden geïnterviewd of in Limburg Laat zitten. En debatten in de Statenzaal worden ook niet in dialect gehouden. En toch is het provinciebestuur net als L1 een grote stimulator van het Limburgse dialect.
Leo Hauben, hoofdredacteur L1, 24 maart 2007
Voetbal: veel aandacht voor alle clubs
L1 TV heeft per 26 januari 2007 een nieuwe rubriek: Roda Journaal. Met wedstrijdbeelden en nieuwtjes over de enige eredivisieclub van Limburg. De introductie van die rubriek (lengte 4 minuten) heeft enkele tientallen reacties op geleverd van fans van MVV, VVV Venlo en Fortuna Sittard. Moraal van de mails: wij voelen ons tekort gedaan. Soms was het scheldmail (schijnt in supporterskringen normaal te zijn), soms was de reactie humorvol (gaan jullie die rubriek in het Duits presenteren?)
De omroep heeft uiteraard goed nagedacht over het besluit om geld uit te geven om Roda Journaal te kunnen beginnen. De feiten tonen aan dat de kritiek onterecht is. Iedere zaterdag na het L1 NWS staat ons sportprogramma volledig in het teken van de drie Limburgse eerste divisieclubs, een kwartier lang. Met samenvattingen van de meeste wedstrijden.
Van de wedstrijden van Roda JC hebben we daarentegen dit seizoen nauwelijks wedstrijdbeelden uitgezonden. Dat heeft te maken met de Talpa-rechten. Tot zondag middernacht mag L1 geen wedstrijdbeelden van Roda JC uitzenden. Op maandag is er weer ander sportnieuws en dan ga je als omroep niet meer terugkomen op een Roda-wedstrijd van afgelopen weekeinde.
Met de introductie van Roda Journaal kunnen we op een andere manier (met name voorbeschouwend) aandacht schenken aan de enige Limburgse club in de eredivisie. Journalistiek een verdedigbare keuze en de nieuwe rubriek gaat op geen enkele manier niet ten koste van de ruime aandacht voor MVV, VVV Venlo en Fortuna Sittard.
Overigens heeft L1 ook nog het voetbal-praatpogramma De Aftrap. En wie dat programma volgt, weet hoe vaak daar vertegenwoordigers aan tafel zitten van de drie eerste divisieclubs. In dat programma is Roda JC eerder ondervertegenwoordigd, de eerste divisieclubs en hun fans hebben geen reden tot klagen. Wie in het algemeen van voetbal houdt, komt bij L1 met Roda Journaal erbij nog meer aan zijn trekken.
Leo Hauben, hoofdredacteur L1 (28 januari 2007)
Verkiezingsrichtlijn hoofdredactie
Op woensdag 7 maart 2007 zijn er verkiezingen voor Provinciale Staten.
L1 hecht eraan om zijn onafhankelijke positie richting provincie en provinciale politici te benadrukken. De omroep wil daarover ook extern vóóraf helderheid scheppen. Daarom hebben we richtlijnen opgesteld. Ik hoorde al via 'het circuit' - rechtstreeks bellen gebeurt zelden - dat sommige politici de regeling maar niks vinden. Het zij zo. L1 is niet de spreekbuis van de politiek; bij ons staat het publiek voorop. Lees hier de richtlijn >>>
Uitleg over verdwijnen Hallo Hubert
Dat Limburgers zich zeer betrokken voelen bij hun 'eigen' regionale omroep, blijkt wel uit ingezonden brieven in de krant en enkele tientallen mails over het radioprogramma Hallo Hubert. Aanleiding voor L1-hoofdredacteur Leo Hauben om tekst en uitleg te geven (14 augustus 2006).
De aanleiding voor reacties van luisteraars is de tijdelijke terugkeer van het muziekprogramma Hallo Hubert in de middaguren in juli en augustus. Dat het programma een vaste fanclub heeft, is al jaren duidelijk. En dat trouwe fans zich roeren is begrijpelijk. Toch heeft de omroep besloten om met ingang van 2006 te stoppen met Hallo Hubert. De Bende van Pollux kwam daarvoor in de plaats. Destijds werd afgesproken dat Hubert in de zomerweken zou terugkeren. En die tijdelijke terugkeer leidt nu tot debat.
Natuurlijk snappen wij ook dat de Bende voor een deel andere mensen aantrekt dan Hallo Hubert. De Bende van Pollux richt zich wat betreft muziekkeuze en tone of voice meer op de doelgroep tussen 30 en 50 jaar, een groep die tot nu toe ondervertegenwoordigd is in het luisterpubliek van L1. Per saldo is de omroep tot nu toe van de middag-verandering beter geworden; het publieke geld is wat dat betreft effectief besteed.
Kwantitatieve doelstellingen
L1 TV wil de gemiddelde kijkduur per dag verhogen. Daarom staat kwaliteitsverbetering voorop en niet verdere uitbreiding van het programma-aanbod. Het aanbod is vergeleken met de andere regionale omroepen nu al heel breed.
Een gemiddeld dagbereik van 33 procent is uitgangspunt, met de bestaande brede programmering, waarbij de doelgroep vanaf 30+ centraal staat. Deze doelstelling werd in 2005 bereikt, met een gemiddeld van 33,2 procent. De kijkduur steeg tot 18,46 minuten per dag gemiddeld, tegen 15,25 minuten in 2003; een duidelijke stijgende lijn.
Voor L1 Radio is de ambitie: marktleiderschap in Limburg, op basis van marktaandeel en luisterbereik. Op doordeweekse dagen willen we overdag optimale doorbeluistering bereiken voor een zo breed mogelijk publiek (35+). In het weekeinde blijft er ruimte voor special interest programmering.
L1 Radio had in 2005 een gemiddeld marktaandeel van 14,3 procent. Daarmee is het marktleiderschap in Limburg nog niet bereikt. Radio 3FM had een iets hoger marktaandeel.
Taakstelling was tevens een stijging van rond 10 procent per jaar, ultimo 2005 resulterend in een weekbereik van 34 procent. Die doelstelling is niet bereikt. Het weekbereik is blijven steken op 25,7 procent. Inmiddels is de radioprogrammering begin 2006 flink aangepast, om de gewenste doelstellingen alsnog te kunnen bereiken. De groei moet hoofdzakelijk tot stand komen in het segment 35-49 jaar.
Publieke doelstellingen
L1 staat voor: actueel, onafhankelijk, betrouwbaar, toegankelijk, onderhoudend en gevarieerd. En bovenal: van belang en interessant voor elk deel van Limburg, voor elke Limburger en voor iedereen 'waar ook' die geïnteresseerd is in Limburg. L1 is ook podium voor maatschappelijke discussie in deze provincie, betrokken bij en onderdeel van het alledaagse Limburgse leven. Deze identiteit past op alle mediavormen die onder de merknaam L1 worden geëxploiteerd.
Het is lastig deze begrippen te vatten in toetsbare doelstellingen. Bovendien: alleen het formuleren van kwantitatieve doelstellingen (zie verderop) zou tekort doen aan de publieke taken van L1.
Die publieke taken zijn samengevat:
- de democratische taak door het verspreiden van pluriforme en onafhankelijke informatie, die voor iedereen toegankelijk is en het entameren van debat;
- de maatschappelijke taak om bij te dragen aan sociale cohesie en een goede afspiegeling te bieden van de samenleving;
- de culturele taak, door het bieden van een platform en bij te dragen aan de integratie van bevolkingsgroepen in de (Euregionale) samenleving, door het stimuleren en produceren van culturele producties en het informeren over cultuur;
- de educatieve taak, door programma's uit te zenden met vooral een educatief karakter;
- de taak van Calamiteitenzender. De overheid kan hiervoor formeel dag en nacht een beroep doen op L1 Radio. L1 TV ondersteunt deze taak zoveel mogelijk.
Doelstellingen internet
Internet is het medium van snelle informatie, met beeld en geluid. En dat zijn precies drie sterke punten van L1 Radio en L1 TV. Internet is ons op het lijf geschreven en we hebben een ideale uitgangspositie om van internet een groot succes te maken. L1.nl is nu al de meest geraadpleegde site met Limburgse informatie. De ambitie is om in samenwerking met strategische partners het bereik van de website verder te vergroten en commerciële mogelijkheden te creëren.
De doelstelling voor eind 2005 (10.000 unieke bezoeken per dag) is ruimschoots gehaald. Voorjaar 2006 was de teller al opgelopen tot meer dan 20.000 unieke bezoeken per dag - en dat was de aanvankelijke doelstelling voor het einde van dit jaar. Nieuwe doelstelling is minimaal 25.000 unieke bezoeken eind 2006.
Het gebruik van het medium internet zal vooral ook 'jonge' Limburgers aanzetten om van onze producten op een andere manier kennis te nemen. Dat ook mensen buiten Limburg, die in onze regio geïnteresseerd zijn, via de site worden bereikt, is een bijkomende voordeel. Verder leeft nog steeds het idee om een Limburgs thema-muziekkanaal op internet te zetten. Het medium internet is vooral geschikt om nieuwe doelgroepen te bereiken; daarop zou zo'n themakanaal moet worden afgestemd.
In 2005 zijn we begonnen met L1webradio (live doorgifte L1 Radio, waardoor de omroep wereldwijd te ontvangen is). Andere internetzaken die we in 2006 willen starten (of al gestart zijn)
- Podcasting , downloadbare radioprogramma's, op termijn ook toe te passen voor tv.
- L1 NWS per mail, snel informeren over het laatste nieuws twee keer per dag (op dit moment hebben meer dan 20.000 mensen een gratis abonnement op deze service).
- L1webtv, alle uitgezonden programma's kunnen nog eens worden bekeken.
Legitimatie
Volgens de Raad voor Cultuur kan de legitimatie van een publieke omroep op drie manieren worden bekeken. Er is sprake van publieke legitimatie als er brede maatschappelijke overeenstemming is over het bestaansrecht en het belang van een publieke omroep. Daarnaast is de publieke legitimatie gelegen in de manier waarop de omroep verantwoording aflegt over voornemens, prestaties en besteding van financiële middelen. Ten derde ontleent een publieke omroep zijn legitimiteit aan de mate waarin hij wortels en voelsprieten heeft in de samenleving.
Vertaald naar Limburg, kan hierover het volgende worden gezegd. Het bestaansrecht en het belang van L1 zijn nimmer ter discussie gesteld. Sterker, op aandringen van Provinciale Staten is L1 in 1999 ontstaan uit een fusie van de publieke zender Omroep Limburg en de private zender TV8. Daarmee beoogde 'de politiek' een sterkere omroep voor Limburg te creëren onder publieke zendmachtiging.
L1 legt openbaar verantwoording af, op verschillende manieren. Bijvoorbeeld middels een uitgebreid en openbaar jaarverslag. Verder zijn de ambities en doelstellingen uit het L1 mission statement openbaar. Iedereen kan lezen wat L1 als publieke omroep wil bereiken, onder andere op het gebied van kijk- , luister- en internetcijfers. Over de besteding van de financiële middelen wordt regelmatig verantwoording afgelegd aan provinciebestuur en Commissariaat voor de Media.
L1 heeft zowel formeel als informele 'wortels en voelsprieten' in de Limburgse samenleving. Formeel vervult de zendmachtiginghouder - Stichting Omroep Limburg - deze rol. De Stichtingsraad is door Provinciale Staten representatief verklaard voor de in Limburg aanwezige maatschappelijke stromingen. Op dat punt is er overigens een groot verschil tussen de regionale en landelijke omroepen. De laatste zijn particuliere verenigingen die werken op basis van zelf geformuleerde principes, zonder toetsing door een representatief bestuur.
Los van deze formele inspraak, zijn er nog reacties uit het publiek. Onze medewerkers en de hoofdredactie reageren praktisch dagelijks op persoonlijke op- of aanmerkingen van kijkers en luisteraars. We staan daar open voor, en ervaren ook de negatieve reacties als een grote mate van betrokkenheid van de Limburger.
Informeel probeert L1 op vele manieren binding te hebben en houden met de Limburgse samenleving. Dat is meer dan berichten over de actuele ontwikkelingen in de eigen streek. Zo wordt internet ingezet om discussies te voeren, maar dat kan nog in veel grotere mate. Ander voorbeeld is de initiërende rol die L1 speelt op het gebied van kunst en cultuur. Van de opening van het carnavalsseizoen (de Boètezitting is door L1 ontwikkeld) tot het L1 Wensconcert tot de uitgave van cd's/dvd's van muziekopnames of cd's met bijzondere opnames uit het historische archief (belangrijk cultureel erfgoed). Andere recente voorbeelden zijn de organisatie door L1 van een speciale carnavalszitting in Susteren met buuttes, de singer/songwriter competitie in De Muziekfabriek, de L1mbo top 100 en het concert Het was een Kwestie van Geduld.
Maar ook op andere terreinen neemt de omroep initiatieven om binding te houden met het Limburgse maatschappelijke leven. Zo stond de omroep aan de wieg van de Barometer Economie Limburg (waarmee iedere drie maanden de stand van de Limburgse economie wordt gemeten) en de MKB L1mburg Innovatieprijs.
Beter dan landelijk
In het rapport (april 2006) over de Toekomst van de regionale omroep stelt prof. Paul Rutten 'dat regionale omroepen - gelet op hun schaal - directer aansluiten bij datgene wat in de bevolking leeft. Door het schaalvoordeel kunnen regionale omroepen sneller veranderingen in de samenleving op het spoor komen en daarover maatschappelijke discussie losmaken.'
Deze zienswijze onderschrijft L1. Rutten constateert dat de regionale omroep naadloos past bij de trend dat in cultureel, economisch en ruimtelijk beleid steeds vaker de regio - en niet de nationale staat - als relevante schaal wordt gekozen. De regionale omroep staat meer dan ooit op het netvlies van kijkers en luisteraars - en die positie kan zeker nog verder worden uitgebouwd.
Een grote toekomstwens is het brengen van licht drama op L1 TV. Op dat gebied is tot nu toe heel weinig gebeurd. Het brengen van licht drama past in de doorontwikkeling van de regionale tv-zender, ooit begonnen met hoofdzakelijk nieuwsprogramma's. Door te kiezen voor thema's welke jongere doelgroepen aanspreken, kunnen we met dramaseries bovendien nieuwe doelgroepen vinden. En het grote onderscheidend vermogen van L1 - ten opzichte van landelijke omroepen - is dat wij een dramaserie natuurlijk in dialect maken. Door het gebruik van dialecten in een dramaserie, waarin plaats in voor alle eigentijdse ontwikkelingen, halen we dialect nadrukkelijk uit het domein van louter de volkscultuur. Dat lijkt L1 een goede garantie om dialect levend te houden.
Zelfstandige positie
De publieke regionale omroepen zijn ooit ontstaan als 'aanvullend' medium op de landelijke publieke omroepen. Dat begon met radio. Zo had de toenmalige ROZ een uurtje 'vensterprogrammering' op Hilversum 3.
Sinds 2001 is L1 Radio 24 uur per dag in de lucht. L1 Radio heeft zich daarmee ontwikkeld tot een full-service station. Met uiteraard hoofdzakelijk regionale informatie, maar ook ieder uur het NOS-bulletin met landelijke en internationale berichten. Tevens heeft L1 Radio twee keer per dag een binnen/buitenland rubriek en worden de landelijke actuele programma's Met het oog op Morgen en Langs de Lijn (van Radio 1) uitgezonden. L1 Radio heeft een volledig eigenstandige functie en kan zeker niet worden beschouwd als 'aanvullend' op een andere zender.
Bij tv ligt dat genuanceerder. L1 TV heeft net als radio 24 uur per dag een eigen kanaal; qua infrastructuur dus volledig zelfstandig. Maar bij tv speelt het principe full service geen rol, want een tv-kijker zapt de hele dag. In tegenstelling tot een radioluisteraar, die vooral voor een station kiest.
Ook bij tv doet zich de vraag voor: is regio-tv een aanvullend of zelfstandig medium? L1 TV heeft tot nu toe altijd gekozen voor een zeer brede programmering met een hoog Limburgs gehalte. Alle soorten programma's en allerlei doelgroepen moeten in de programmering aan hun trekken kunnen komen. Niet alle programma's zijn primair gericht op een zo groot mogelijk publiek. Er worden ook programma's aangeboden omdat deze behoren tot onze maatschappelijke taak. Denk bijvoorbeeld aan politieke debatten.
L1 TV heeft met deze aanpak - in tv-termen - gekozen voor een zelfstandige rol. L1 TV is meer dan een 'aanvulling' op de landelijke zenders. Er is geen regionaal onderwerp dat L1 laat liggen met als argument dat dat een taak is van de landelijke omroep. Dus besteedt L1 TV ook aandacht aan betaald voetbal en klassieke muziek, om twee voorbeelden te noemen.
Gebruik van dialect
De afgelopen jaren is uitgebreid discussie gevoerd over het gebruik van dialect op L1. Als het om dialect gaat is L1 een prima afspiegeling van de 'Limburgse straat': een natuurlijke mix van dialect en Nederlands. Dialect is een kenmerk van de Limburgse maatschappij; de streektaal wordt 'van hoog tot laag' gebruikt. Mede vanwege dialectgebruik zijn wij anders dan andere omroepen. Het kleurt ons bedrijf.
We werken met een aantal regels. Deze regels zijn zodanig dat L1 wat dialect betreft een ruimhartig beleid kan voeren. De huidige verhouding Limburgs/Nederlands wordt gecontinueerd in die programma's waar nu beide talen worden gesproken.
Om alle inwoners van Limburg te kunnen bereiken - ook zij die geen dialect verstaan - geldt een tweesporen beleid.
De programma's worden in het Nederlands gepresen¬teerd. Uiteraard met uitzondering van de specifieke dialectprogramma's (Plat-eweg, 't Luiperke, carnavalsprogrammering).
Dialect wordt in nieuwsbijdragen alleen gebruikt daar waar functioneel.
Dialect wordt in sportbijdragen alleen gebruikt daar waar functioneel. Presentatie en verslag zijn in het Nederlands. Een uitzondering maken we voor sportverslaggeving, waarbij emotie een hele grote rol speelt. Dat kan bij sommigen in dialect beter tot zijn recht komen.
In de niet-nieuwsprogramma's is er ruimte voor dialect. Aan de gast/geïnterviewde wordt gevraagd of hij/zij liever in Nederlands of dialect wil spreken (straatinterviews, telefonische reacties, studiogast).
De presentatieteksten en bijdragen van vaste medewerkers (recensenten etc.) zijn altijd in het Nederlands.
Subsidies en sponsorgelden
Subsidies en sponsorgelden
Het is de omroep toegestaan om met behulp van aparte financiering door de provincie - bovenop de basissubsidie - programma's te maken. Daarbij behoudt de omroep echter volgens de Mediawet de eindverantwoordelijkheid voor vorm en inhoud van de programma's.
Het Commissariaat voor de Media adviseert omroepen aan te sluiten bij de landelijke richtlijn voor door de overheid medegefinancierde producties en uit te gaan van een maximumbijdrage van de provincie van 50% van de programmakosten. L1 wil deze richtlijn zoveel mogelijk naleven, hoewel het hemd soms nader is dan de rok.
Ons beleid blijft erop gericht te voorkomen dat een te groot aantal programma's wordt gemaakt met geld van derden. Het gaat in dit soort gevallen niet om journalistieke programma's, maar om programma's in de categorie faits divers. Als apart gefinancierde programma's wegvallen, mag dat het uitgezette programmabeleid niet verstoren.